Workshop Lzeen en shicrejven is neit voor iereeden vezlafneksprend

‘Toen ik kon lezen ging er een wereld voor me open’

In Nederland zijn 1,3 miljoen mensen tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd. De kans is dus groot dat je als zorgprofessional met zo’n patiënt of cliënt in aanraking komt. Hoe zorg je ervoor dat taal over gezondheid, ziekte en zorg door iedereen wordt begrepen?

Johan Smets is vandaag de ervaringsdeskundige van dienst. De Utrechter is 68 jaar en ging drie jaar geleden naar de avondschool om te leren lezen en schrijven. Een politieagent had hem daarop gewezen nadat hij het slachtoffer was geworden van diefstal. 

"Ik opende eigenlijk nooit de briefjes van de belastingdienst en de bank, omdat ik ze niet kon lezen", vertelt hij. "Nu kan ik redelijk lezen en een beetje schrijven, er is een wereld voor me opengegaan." 

Smets heeft nu het gevoel dat hij weer meedoet. "Als ik vroeger iets moest lezen, trok ik me terug. Daardoor deed ik nergens echt mee. Ik kreeg m’n informatie niet. Ik schaamde me."

Basisschoolniveau
Laaggeletterdheid is iets anders dan analfabetisme, legt Jolanda Bouma van de stichting Lezen en Schrijven aan het begin van de workshop uit. "Bij analfabetisme kun je helemaal niet lezen en schrijven. Geletterdheid gaat over het toepassen in het dagelijks leven en werksituaties van luisteren, spreken, lezen en schrijven, rekenen en digitale vaardigheden." Bij laaggeletterdheid leest en schrijft iemand op basisschoolniveau. 

Binnen de groep laaggeletterden is de kans op vroegtijdig overlijden 1,5 keer groter en laaggeletterden omschrijven hun gezondheid vaker als matig tot slecht. Minder talige producten, zoals fotostrips, kunnen mensen met lage gezondheidsvaardigheden helpen bij het begrijpen van informatie over hun gezondheid. 

Schaamte
De groep laaggeletterden is redelijk onzichtbaar. "Er is veel schaamte", vertelt Smets. "Iedereen verwacht dat je kunt lezen en schrijven. Als je dat dan niet kunt, vertel je daar liever niet over." 

De workshopdeelnemers herkennen die schaamte. Ze hebben in hun werk te maken met laaggeletterden: sommigen geven les aan leerlingen die moeite hebben met lezen en schrijven, een iemand werkt met doven die ook vaak kampen met laaggeletterdheid. "Het stomme is dat ik in de opleiding nooit iets over laaggeletterdheid heb gehoord", zegt iemand. "Ík schaam me dat ik tot zojuist het verschil tussen analfabetisme en laaggeletterdheid niet eens kende." 

Heeft Smets niet een tip voor hoe ze kan omgaan met laatgeletterden, vraagt ze. "Gebruik korte zinnen", zegt Smets. "Vaak krijg je een hele lap tekst. Zeg nou maar gewoon kort wat je bedoelt." 

Moeilijke woorden
De workshopsdeelnemers gaan aan de slag met een protocol. Hoe begrijpelijk is dat als je niet zo goed kunt lezen? "Er staat veel tekst achter elkaar en er worden geen witregels gebruikt en er staat veel informatie twee keer in", analyseert iemand. Een ander: "Er staan moeilijke woorden in. Geen plaatjes." 

Woorden als roteren en substantie zeggen Johan bijvoorbeeld niet zoveel. "Plaatjes kunnen mij wel helpen, een tekening of een foto bijvoorbeeld." Hilke Mulder van Vilans heeft daarvoor nog een tip. "Pharos heeft de map ‘Begrijp je lichaam ontwikkeld’. Daarin staan bepaalde aandoeningen uitgelegd met plaatjes. Die hebben we in de vorige zorginstellingen waar ik werkte aan artsen gegeven." 

Écht helpen
Meer bewustzijn over laaggeletterdheid: dat is wat de stichting Lezen en Schrijven wil bereiken. Vandaag zetten ze daar in de drie keer dat ze de workshop geven in elk geval al een grote stap in. 

Zorgprofessionals kunnen laaggeletterden echt helpen, benadrukt Bouma. “Niet alleen door eenvoudiger te communiceren, maar ook door ze door te verwijzen naar de stichting of onderwijs.”  

Voeg toe aan selectie